|
Metamorfosen in het Rijksmuseum
De tentoonstelling Metamorfosen laat zien hoe kunstenaars zich al eeuwenlang laten inspireren door het grootse gedicht van de Romeinse dichter Ovidius. Meer dan 80 topstukken van onder anderen Titiaan, Correggio, Cellini, Caravaggio, Rubens, Rodin, Brancusi, Bourgeois én Bernini worden voor deze tentoonstelling samengebracht, afkomstig uit musea en collecties wereldwijd. De tentoonstelling wordt gemaakt in samenwerking met Galleria Borghese in Rome. De tentoonstelling is van 6 februari tot en met 25 mei 2026 in het Rijksmuseum te zien.
Hermaphroditus uit het Louvre
Het Romeinse beeld (2de eeuw n.Chr.) werd in het voorjaar van 1618 opgegraven en aan kardinaal Scipione Borghese aangeboden. Scipione Borghese vroeg vervolgens de Italiaanse beeldhouwer Gian Lorenzo Bernini (1598—1680) om het liggende beeld een passend voetstuk te geven. Met een even simpele als briljante ingreep eigende Bernini zich het antieke beeld toe: hij gaf het beeld een eigentijds matras en kussen van marmer die onder het gewicht van Hermaphroditus licht indeuken. Het resultaat is een overrompelend naturalisme, dat de beeldhouwer in de jaren er direct op volgend ook toepaste in de andere werken die hij voor Scipione maakte. Sinds de verkoop van het beeld begin 19de eeuw maakt de Slapende Hermaphroditus deel uit van de collectie van het Louvre.
Het verhaal uit de Metamorfosen
Het versmelten van de nymf Salmacis en Hermaphroditus is een van 250 verhalen die Ovidius beschreef in zijn magnum opus Metamorfosen. Salmacis, die in een heldere bron leefde, werd op slag verliefd op de knappe jongen Hermaphroditus. Toen Hermaphroditus haar opdringerige avances afwees, liet ze zich niet ontmoedigen. Ze smeekte de goden om hen voor altijd te verenigen. Haar wens werd verhoord. Terwijl Hermaphroditus in de bron baadde, omstrengelde Salmacis hem. Hun lichamen versmolten tot één. Zo werd Hermaphroditus zowel man als vrouw. Het verhaal toont de schaduwzijde van lust, verlangen en macht.
|